PwC: Tax Freedom Day 2010
valt opnieuw op 8 juni

View this page in: Français, English

Ons land heeft een ‘budgettaire armslag’ - index van 52,0

Weer geen vooruitgang. Dat is kort en krachtig de conclusie na de berekening van Tax Freedom Day 2010 door PwC en Professor Emeritus Moesen, die als macro-econoom verbonden is aan de faculteit Economie en Bedrijfskunde van de KULeuven. Vorig jaar viel TFD immers ook op 8 juni. De drie jaren daarvoor viel TFD op 10 juni, twee dagen later, maar dat was enkel omdat de economie toen floreerde en er meer belasting betaald werd om die reden.

PwC berekende dit jaar echter nog twee andere veelzeggende cijfers: de ‘fiscal vulnerability index’ en de verhouding netto- versus brutosalaris binnen de Europese Unie. De ‘fiscal vulnerability index’ is een ‘budgettaire armslag’-index. Hij geeft aan in hoeverre het budget ruimte laat voor fiscale inspanningen, gegeven de overheidsschuld. België doet het daarin niet zo slecht als overal verteld wordt. Er is duidelijk ruimte voor fiscale inspanningen. Wat betreft de vergelijking bruto-/nettoloon staat België, zoals iedereen ondertussen weet, onderaan in de lijst, met gemiddeld slechts 55% nettoloon dat overblijft na het betalen van belastingen en sociale zekerheid. In de rest van Europa is dat gemiddeld 70%. Moet er nog zand zijn?

“Het is vijf voor 12”, aldus Frank Dierckx, Managing Partner van PwC Tax Consultants. “We moeten nu iets doen aan onze hoge belastingen en arbeidskost. Als we nu geen werk maken van het aantrekken van nieuwe buitenlandse investeerders, hebben we binnen enkele jaren misschien geen manoeuvreerruimte meer. Er is een algemene consensus dat België alles in huis heeft om veel betere resultaten te halen. We moeten nu de wil creëren om het ook te doen”, besluit Dierckx.

Tax Freedom Day

Tax Freedom Day is de dag dat Belgische belastingplichtigen stoppen met het betalen van belastingen en voor eigen rekening gaan werken, in de veronderstelling dat ze al wat ze tot dan toe verdienden, als belasting zouden afgedragen hebben. De berekening wordt als volgt gemaakt: het in totaal betaalde bedrag aan belastingen volgens de recentste gegevens van het Planbureau, inclusief de sociale bijdragen, gedeeld door het Bruto Binnenlands Product. Dit jaar is dat 43,3%, net zoals vorig jaar. Als men dit percentage projecteert op een jaar, bereiken we op 8 juni het moment dat we eindelijk voor eigen zak werken.

Hoe doen ‘concurrerende’ landen het?

In Nederland valt TFD dit jaar op 19 mei, tegenover 24 mei vorig jaar en 27 mei het jaar daarvoor. In het Verenigd Koninkrijk is men van 2 juni in 2008 geëvolueerd naar 14 mei in 2009 en terug naar 30 mei dit jaar. In Frankrijk wint men opnieuw terrein, na een achteruitgang vorig jaar: TFD 2010 wordt er ‘gevierd’ op 31 mei, tegenover 11 juni in 2009 en 7 juni in 2008. In Duitsland werd vorig jaar een grote inspanning geleverd: TFD valt er nu op 27 mei in vergelijking met 8 juni in 2009. Luxemburg, ten slotte, gaat van 14 mei in 2009 naar 16 mei in 2010 en is daarmee koploper van de voormelde landen.

De ‘budgettaire armslag’-index

Gezien de economische crisis is de discussie of er überhaupt ruimte is voor belastingverlagingen en -hervormingen, brandend actueel. Daarom creëerde PwC de ‘fiscal vulnerability index’. Deze index is gebaseerd op verschillende elementen die aangeven hoe ‘duurzaam’, of houdbaar op lange termijn, de overheidsschuld is. Er wordt onder andere rekening gehouden met financieringsmogelijkheden, de evolutie van de ratio overheidsschuld/Bruto Binnenlands Product, en het saldo en de samenstelling van het overheidsbudget. Griekenland heeft met 72,5 de hoogste index, wat betekent dat het land de minste budgettaire armslag heeft. Het land wordt op de voet gevolgd door Ierland, dat er met 72 niet veel beter aan toe is. België scoort 8ste met 52 in een lijst van 18 landen – de 15 landen van het ‘oude’ Europa plus Japan, Canada en de Verenigde Staten. Dat is geen luxepositie, maar het geeft ons wel degelijk de nodige armslag om belastingverlagingen en -hervormingen door te voeren. Scoren slechter dan wij: Griekenland en Ierland dus, maar ook Spanje (68), Portugal (63,9), Japan (60,1), de Verenigde Staten (56,5) en Frankrijk (54).

De gulden middenweg van Professor Moesen

Professor Moesen stelde vóór de bankencrisis een ambitieus maar haalbaar ‘8-8-8-traject’ voor: een efficiëntieverbetering van 8% voor de overheden, te realiseren over 8 jaar, wat ruimte zou laten voor een belastingvermindering van zo’n 8%. Gezien de moeilijke omstandigheden waarbinnen dit plan nu gerealiseerd zou moeten worden, maar aangezien men toch echt iets zal moeten gaan doen, formuleert hij dit jaar het plan van de gulden middenweg, met 4 pijlers:

  1. Een drievoudig actiepunt: maak de overheid efficiënter, maak de overheid effectiever, en maak de overheid performanter. Dit is prioritair. In een groep van 23 landen – het oude Europa van 15 landen, aangevuld met onder andere de VS, Australië, Japan en Canada – heeft België de zesde grootste publieke sector. Als we dan de doeltreffendheid van deze sector gaan meten, scoren we slechts 13de.
  2. De Westerse economieën moeten gradueel hun financiën in evenwicht brengen, om het precaire economisch herstel niet te hypothekeren.
  3. Publieke financiën groeien elk jaar met de groei van de economie en de inflatie. Als we deze groei beperken tot de inflatie, krijgen we een overheidsschuld die op lange termijn houdbaar is. Dit betekent dat de overheidsfinanciën niet meegroeien met de groei van de economie, en dat men goed moet bepalen waar er hoeveel kan bespaard worden om hiervoor te compenseren.
  4. Het Planbureau gaat uit van een constant niveau van globale taxatie. Dit sluit echter niet uit dat men de belastingen kan hervormen en dit kan compenseren door bijvoorbeeld een heffing op financiële transacties en een (transnationale) heffing op ‘luchtvervuiling’ in het Europese luchtruim.

“Even belangrijk als de genomen maatregelen is het feit dat men eindelijk zal begonnen zijn met een belastinghervorming”, aldus professor Moesen.

PwC’s constructieve suggesties

Een eerste belangrijk punt is dat de bestaande maatregelen behouden blijven. Het vertrouwen in ons land moet hersteld worden na een lange periode van politieke instabiliteit die onze reputatie zeker geen goed gedaan heeft.

Een tweede suggestie is om alle dividenden die ontvangen worden door vennootschappen, volledig belastingvrij te maken. Nu zijn deze dividenden voor 95% vrijgesteld. Waarom dan niet voor 100%? Het vestigen van een regionaal hoofdkantoor of van een holding is vaak de eerste stap in de internationale expansieplannen van buitenlandse investeerders. Als we willen dat ze hiervoor België kiezen, moeten we op zijn minst aansluiten bij de regel die in de rest van Europa de standaard is geworden: een volledige vrijstelling van belasting op de dividenden die zo’n regionaal hoofdkantoor of holding ontvangt.

Een derde maatregel die PwC voorstelt is om de roerende voorheffing op dividenden voor niet-inwoners af te schaffen. Het resultaat van de vennootschap die de dividenden uitkeert, werd immers al belast. De roerende voorheffing die momenteel wordt geheven, is een dubbele belasting. Het wegvallen van de bronheffing zou beurskapitaal aantrekken. Bij andere financiële hoofdsteden, zoals Londen, zijn deze dividenden voor niet-inwoners al belastingvrij.

“Ten vierde, last but not least, moeten we echt iets doen aan onze arbeidskost”, vindt Dierckx. “Verlaag de sociale zekerheidskost, creëer een echt systeem van degressieve belastingvoeten (met lagere belastingtarieven en bredere inkomensschalen waarop ze van toepassing zijn, zeker voor de lagere lonen) of verlaag gewoon de totale kost tout court. Whatever. Maar doe er iets aan!”, aldus nog Dierckx.