Het kan best nog tot zeven jaar duren voordat overheden wereldwijd hun belangen in banken van de hand kunnen doen. Dit is de verwachting die PricewaterhouseCoopers (PwC) afleidt uit een internationaal onderzoek dat zijn neerslag vindt in het rapport ‘Back to the future’. De algemene bevinding is dat overheden die naar aanleiding van de wereldwijde financiële crisis hebben ingegrepen bij en steun hebben verleend aan financiële instellingen, zich dienen op te maken voor een langdurige relatie van participatie op het vlak van zowel beleid als financiële ondersteuning. Door de complexiteit van de individuele situaties van de financiële instellingen, het lastige marktklimaat en de onaantrekkelijke omstandigheden voor eventuele verkoop is het zeer onwaarschijnlijk dat overheden hun belang in de privésector op korte termijn kunnen afstoten.
Josy Steenwinckel, Financial Services Leader van PwC in België zegt hierover het volgende:
“Het is realistisch te stellen dat het veel overheden jaren zal kosten om hun belangen in financiële instellingen van de hand te doen. Het is niet onredelijk te verwachten dat het zo’n 2 tot 3 jaar duurt om aanzienlijke belangen te verkopen, en zelfs 5 tot 7 jaar, voordat overheden zich volledig van hun belangen en de hiermee samenhangende garanties kunnen ontdoen. Op de middellange termijn zijn geloofwaardige, duurzame plannen nodig om het begrotingstekort aan te pakken en iets te doen aan schulden van een dergelijke ongeziene omvang alsook om te voorkomen dat het economisch herstel wordt afgeremd.”
Jeremy Scott, Global Financial Services Chairman van PwC LLP, voegt hieraan toe:
“Overheden moeten aanvaarden dat ze, gezien de kans klein is dat ze zich snel uit de sector kunnen terugtrekken, zich moeten concentreren op de positieve rol die ze kunnen spelen als ‘insider’. Als overheden hun belangen in financiële instellingen gedurende lange tijd aanhouden, dienen drie belangrijke problemen op het gebied van overheidsbeleid te worden aangepakt. Ten eerste moeten overheden worden gezien als ‘goede huisvaders’ die zich niet alleen op de bredere sociale en economische doelstellingen richten, maar ook specifiek op de financiële doelstellingen. Ten tweede dienen ze het vertrouwen en de betrouwbaarheid te herstellen, gezien dit essentieel is voor een doeltreffende werking van het financiële systeem. Ten derde dienen ze geloofwaardige plannen gereed te hebben waarmee de begrotingstekorten kunnen worden aangepakt.”
De overheden hebben een hele klus aan het begrotingstekort nu ze voor een dubbele uitdaging staan: aan de ene kant zijn er de reddingsoperaties en de recessie, aan de andere kant de gevolgen van de kredietcrisis die niet alleen het bankwezen en de kapitaalmarkten raken, maar zich ook uitstrekken tot de verzekerings- en spaarmarkt en de auto-industrie. Tegen deze achtergrond stelt het rapport van PwC dat de onderlinge verwevenheid van overheid en bedrijfsleven een aantal consequenties heeft. Dit betreft niet alleen het voorthelpen van financiële instellingen die nu afhankelijk zijn van staatssteun en het hele bankwezen dat momenteel als zwak beschouwd wordt. Er wacht ook de zware taak om te helpen het gat in de begroting te dichten en het vertrouwen van bedrijven en consumenten in zowel de overheid als de financiële dienstverlening wereldwijd te herstellen.
Hoewel de timing van een exit van de overheid sowieso moeilijk te voorspellen valt, zeker gezien de marktsituatie, de moeilijk te waarderen activa en de volatiele markt, geeft het rapport ook praktijkvoorbeelden van hoe overheden financiële instellingen doeltreffend uit de brand helpen.
Op basis van de ervaringen met reddingsoperaties van banken in bijvoorbeeld Zweden, Noorwegen en Japan en de recente bankprivatiseringen in Midden- en Oost-Europa zijn de huidige verwachtingen voor een eventuele snelle verkoop van de overheidsbelangen misplaatst. De belangrijkste les die getrokken kan worden uit privatiseringen in het verleden is dat de financiële instellingen of niet-bancaire organisaties moeten worden opgeschoond vooraleer tot een verkoop kan worden overgegaan. Men moet bekijken welke aanpak overheden voor toxische activa of ‘rommelactiva’ hanteren. En - voor zover overheden de in problemen verkerende banken nog niet hebben genationaliseerd - dienen mechanismen te worden gecreëerd die alternatieven bieden voor problematische activa (zoals eventueel ‘bad banks’ of andere vehikels voor de effectisering van activa) zodat, wanneer een bank aan de private sector wordt teruggegeven, ze ook financieel gezond is.
Volgens het rapport verschilt de exitprognose per land. Hoe en wanneer een overheid haar participatie zal afbouwen, hangt sterk af van de mate waarin ze heeft ingegrepen. Zo zijn er aansprakelijkheidsgaranties gegeven, kredieten verstrekt, vastrentende schulden en toxische activa aangekocht en gedeeltelijke of 100%-belangen genomen.
Josy Steenwinckel, licht tot slot nog toe:
“Tot dusver hebben overheden gefocust op het stabiliseren van specifieke instellingen of hebben ze bepaalde marktactiviteiten gestimuleerd. Maar er is nog niet veel gedaan aan de probleemactiva waar bepaalde banken nog mee zitten; ook is het nog wachten op een goed functionerend systeem van markt- en prijsmechanismen voor deze activa. Het is cruciaal dat wordt uitgezocht wat met deze probleemactiva gedaan moet worden. Op deze manier kunnen overheden kiezen voor een langetermijnbenadering en een activistische positie als investeerder; daarbij gaan ze dan niet alleen op het financiële rendement van een investering focussen maar ook op de ‘sociale return’ ervan.”
Over PwC’s Public Sector Research Centre
PwC’ Public Sector Research Centre (www.psrc-pwc.com) voorziet in inzichten en onderzoek omtrent visies en attitudes evenals best practices binnen overheidsinstellingen en organisaties in de publieke sector – zoals het raakvlak tussen de publieke sector en de privésector – en dat wereldwijd. We putten uit de ideeën en de perspectieven van deze organisaties zelf, ons eigen wereldwijd vertakte netwerk en toonaangevende denktanken en academies om een wederzijdse uitwisseling mogelijk te maken in verband met de meest prangende vragen en moeilijkheden waarmee de overheid en de publieke sector te maken krijgen.