De ‘Global Economic Crime Survey 2009’, het vijfde tweejaarlijkse onderzoek naar economische misdrijven van PricewaterhouseCoopers, dit jaar met ondersteuning van Insead, bevat opnieuw indrukwekkende cijfers. Het gaat concreet om fraude binnen bedrijven en andere organisaties, gepleegd door medewerkers maar ook door klanten of leveranciers bijvoorbeeld. De bevraging toont aan dat economische fraude wereldwijd een hardnekkig probleem blijft. Geen enkele sector is er immuun voor. Het risico op fraude neemt volgens de bevraagden ook toe in economisch moeilijke tijden. 53,3% van de deelnemende Belgische bedrijven, en 43% wereldwijd, stelde het afgelopen jaar een stijging van het aantal fraudegevallen binnen hun organisatie vast. Het verduisteren van bedrijfsactiva blijft de meest voorkomende vorm van economische fraude. Opvallend voor België is de sterke stijging van corruptie- en omkopingsgevallen van 5% naar 13% op twee jaar tijd. Ander markant feit: er worden evenveel fraudegevallen toevallig of door een externe tip ontdekt (27%) als dat er door interne audits aan het licht komen (26,7%).
Het onderzoek werd dit jaar uitgevoerd bij 3.037 bedrijven uit 53 landen. In België werkten 62 bedrijven mee. Wereldwijd geeft 1 op de 3 deelnemende bedrijven te kennen dat ze het laatste jaar werden geconfronteerd met economische fraude. In België kreeg meer dan 24 procent van de ondervraagde bedrijven ermee te maken. 20% van de Belgische bedrijven die fraude constateerden, verloor zelfs meer dan 500 000 $ als gevolg ervan. Opmerkelijk in dit verband is dat maar liefst 13,3% van de deelnemende Belgische bedrijven geen idee heeft van de omvang van de financiële schade die de economische fraude hen het laatste jaar heeft toegebracht.
In de tweejaarlijkse survey werd dit jaar extra aandacht besteed aan de impact van de economische crisis op het frauderisico. Bijna 40% van de bedrijven wereldwijd en 33,9% in België schat dat de huidige economische situatie het risico op economische criminaliteit vergroot. Het onderzoek toont aan dat bedrijven die getroffen werden door de crisis meer boekhoudkundige fraude rapporteerden. Om tot fraude over te gaan spelen drie factoren een belangrijke rol: de drijfveer of het motief, de gelegenheid om fraude te plegen en de ‘rechtvaardiging’ ervan door de fraudeurs.
Volgens 76,2% van de Belgische bedrijven is er een verhoogd risico op fraude omwille van de opgelegde targets, die moeilijker haalbaar zijn in slechte economische tijden. De meerderheid van de executives heeft immers een deel variabele verloning in functie van bepaalde prestaties. Voor 14,3% van alle ondervraagde bedrijven in België zijn er met de crisis meer gelegenheden om fraude te plegen, met name omwille van het feit dat er minder personeel voorhanden is om controles uit te oefenen en daar de focus van het topmanagement meer verschoven is naar het succesvol overleven van de crisis. Voor 9,5% van de bevraagden is er een hoger risico op fraude tijdens een crisis omdat mensen hun eigen gedrag makkelijker kunnen vergoelijken.
Rudy Hoskens, Partner Dispute Analysis & Investigations bij PricewaterhouseCoopers in België, stelt: “De sterke druk op het menselijk kapitaal kan in de huidige omstandigheden de perfecte oorzaak zijn van een krachtige, negatieve druk op het bedrijfskapitaal.”
Economische criminaliteit bestaat in veel verschillende vormen die allemaal evenveel schade kunnen berokkenen. Zowel in België als in de rest van de wereld blijft de verduistering van bedrijfsactiva nog steeds de meest voorkomende fraudevorm. Van de gedupeerde bevraagden gaf 53,3% van de Belgische bedrijven aan hier het afgelopen jaar mee te maken gehad te hebben, tegenover 66,6% wereldwijd. Uit de cijfers van dit jaar blijkt ook dat boekhoudkundige fraude (46,7% in België) en met name frauduleuze kredietaanvragen (33,3% in België ten opzichte van 15,9% wereldwijd) aan een sterke opmars bezig zijn.
33,3% van de gedupeerde bedrijven in ons land kreeg het voorbije jaar te maken met inbreuken op intellectuele eigendomsrechten, waaronder diefstal van data. Wereldwijd was dit slechts bij 14,8% van de bedrijven het geval. Van de bedrijven die vorig jaar in België met fraude werden geconfronteerd, vindt maar liefst 37,5% dit het belangrijkste type fraude voor hun organisatie. Een schril contrast met de 7% op wereldvlak.
13% van de Belgische respondenten werd slachtoffer van corruptie en omkopingspraktijken. Dit is een stijging van 8% ten opzichte van het onderzoek van 2007. Bedrijven kunnen overwegen grondige (achtergrond)onderzoeken te laten uitvoeren naar hun (toekomstige) zakenpartners, personeel en contracten. Het stroomlijnen en integreren van betalingssystemen, het regelmatig testen van betalingssystemen en bestaande controleprocedures kunnen tevens van grote waarde zijn voor bedrijven in expansie.
In vergelijking met voorgaande onderzoeken, bevestigt de survey van 2009 de min of meer gelijkwaardige verdeling tussen fraude van binnnen de organisatie en externe fraude, respectievelijk 44% en 53% werelwijd. In België daarentegen werden 3 van de 4 fraudegevallen gepleegd door externen. Opmerkelijk daarbij is wel dat bij ons 75% van de junior staff members verantwoordelijk waren voor de interne inbreuken. Wat betreft de fraudegevallen door externe partijen werd 45,5% gepleegd door klanten, een cijfer dat volledig in lijn ligt met het wereldwijde percentage.
Het hoge aantal interne fraudegevallen heeft mogelijk te maken met de manier waarop bedrijven deze incidenten afhandelen. Zo blijkt dat in België slechts bij 2 van de 10 gedupeerde bedrijven gerechtelijke stappen worden ondernomen tegen interne fraudeurs (personeel dus). Bij amper een derde van de gevallen worden gerechtelijke stappen genomen tegen externe fraudeurs.
Hoewel meer dan de helft van de Belgische bedrijven het afgelopen jaar een duidelijke toename vaststelde van het aantal fraudegevallen, toont het onderzoek dat slechts 40% van hen een fraud risk assesment of fraudedoorlichting uitvoerde. Bij 16% van de bedrijven gebeurde dat helemaal niet, terwijl 11,3% niet eens weet of een dergelijk assessment al dan niet plaatsvond. Fraud risk assesment is nochtans geen overbodige luxe, gezien de omvang en kost van het fraudeprobleem. Naast het feit dat men fraudeurs zo een stap voor blijft, kan een audit aanleiding geven tot nieuwe processen om fraude te ontdekken. Het is immers schrijnend dat in ons land ‘slechts’ 26,7% van de fraude vandaag wordt ontdekt door een interne audit, terwijl 1 op de 5 fraudegevallen toevallig aan het licht komt.
Volgens Rudy Hoskens, onderschatten bedrijven nog steeds de toekomstige frauderisico’s. “We hebben de deelnemende bedrijven gevraagd hoe zij aankijken tegen mogelijke fraude voor het komende jaar. Het valt daarbij altijd weer op dat ze met het oog op de toekomst de zaken vaak erg rooskleurig inzien. Maar een blik op het verleden maakt snel duidelijk dat ze veel vaker dan aanvankelijk gedacht het slachtoffer zijn van economische criminaliteit.”
Behalve effectieve interne controles, kunnen een heldere organistiestructuur, welomlijnde taakomschrijvingen en duidelijke aanwervingscriteria en promotieprocessen bijdragen tot een verminderd frauderisico.
De afdeling Dispute Analysis & Investigations (DA&I) van PwC is actief in meer dan 50 verschillende landen, telt meer dan 1.650 ervaren medewerkers en zet multidisciplinaire teams met kennis van zaken in om fraude en andere economische misdrijven te onderzoeken. Bovendien geven zij advies met betrekking tot de beheersing van het frauderisico en behandelen zij geschillen van diverse aard. Zij adviseren bedrijven aangaande Revenue Assurance en optimalisatie; licenties en wegstromende inkomsten zijn tevens bronnen van zorg voor bedrijven waarin DA&I advies verleent. Door onder andere gebruik te maken van forensische accountancy en het uitvoeren van goed gerichte onderzoeken, kunnen zij bedrijven vrijwaren van verdere economische verliezen, hen assisteren bij het berekenen en recupereren van geleden schade en er zorg voor dragen dat de bedrijfscontinuïteit verzekerd wordt. De afdeling DA&I stelt personeel tewerk met diverse expertises: forensische auditoren, juristen, specialisten in forensische IT en ervaren onderzoekers uit zowel de private als de publieke sector.
1. Definitie van de gebruikte termen in de PricewaterhouseCoopers Global Economic Crime Survey 2009:
Economische misdrijven of fraude: algemene term gebruikt om onwettige of criminele activiteiten in of tegenover een organisatie aan te duiden. De activiteiten hebben financiële of andere voordelen voor de dader(s) tot doel.
Verduisteren van activa: de diefstal van bedrijfsactiva (geld of andere financiële activa, voorraden en materiaal) door managers, zaakwaarnemers of werknemers voor eigen gewin.
Boekhoudkundige fraude: de rekeningen van het bedrijf worden zo veranderd of voorgesteld dat ze de echte waarde of financiële situatie van het bedrijf niet aantonen. Hieronder vallen onder andere de frauduleuze kredietaanvragen. Dit zijn kredietaanvragen waarbij men de werkelijkheid beter voorstelt dan die is, met bijvoorbeeld cijfers die niet de reële financiële situatie van een bedrijf voorstellen.
Corruptie en omkoping: het onwettig gebruik van een officiële positie om zijn voordeel te doen. Dit kan de belofte van een economisch of ander voordeel zijn, of het gebruik van intimidatie of chantage. Het kan ook verwijzen naar het aanvaarden van dit soort aansporingen
.
Vervalsing: het illegaal kopiëren of distribueren van valse goederen die het patent of het copyright ontduiken, en het uitgeven van vals geld. Ook de illegale verwerving van bedrijfsinformatie en zakengeheimen valt hieronder.
2. De PricewaterhouseCoopers Global Economic Crime Survey 2009 werd uitgevoerd namens PricewaterhouseCoopers met ondersteuning van de INSEAD Business School.
Het onderzoek werd in 54 landen gevoerd tussen juli en november 2009. Er namen meer dan 3000 vertegenwoordigers van bedrijven deel. Meer dan de helft van de respondenten (52,4%) zijn leden van de Raad van Bestuur of het management. 40,3% had zijn of haar hoofdverantwoordelijkheid op financieel gebied. De grootste deelnemende Belgische bedrijven stellen meer dan 5000 mensen te werk, terwijl 35,5% er minder dan 200 in dienst hebben.