View this page in: Français, English

Multinationale bedrijven en fiscale planning: perfect legitiem mits duurzame economische substantie

substance

Nieuw boek van Axel Smits en Isabel Verlinden helpt multinationale bedrijven
zich optimaal te structureren vanuit een belastingperspectief

Brussel, 1 juli 2009 – Het huidig economisch klimaat zorgt voor extra budgettaire druk in een groeiend aantal landen. Fiscale autoriteiten verscherpen de aandacht om hun deel van de krimpende fiscale massa op Europees - en zelfs wereldvlak - op te eisen.

Drie vragen zijn cruciaal als het gaat over de opbrengsten over dewelke een bepaald land belasting kan claimen : (1) Wie heeft de winst gerealiseerd? (2) Hoeveel bedraagt ze? (3) Waar werd ze gerealiseerd?

Dit laatste aspect impliceert echter dat bepaalde spelregels moeten gevolgd worden alvorens de keuze te maken voor fiscaalvriendelijke locaties.

Internationaal actieve bedrijven die hun fiscale planning niet of onvoldoende axeren op hun bedrijfsstrategie worden steeds vaker door de belastingadministraties gevraagd naar de bedrijfseconomische overweging(en) aan de basis van de opgezette fiscaal-juridische structuur. Uiteraard mogen fiscale administraties zich niet inlaten met de opportuniteit van de beslissing om deze of gene structuur op te zetten. Fiscale optimalisatie is perfect legitiem, doch een robuuste juridische en operationele structuur is noodzakelijk. Cruciaal is of er voldoende “economische substantie” aanwezig is, waarmee voornamelijk een kwalitatief concept bedoeld wordt in de zin van: welke medewerkers zijn actief in een bepaald land met de nodige kwalificaties om ondernemingsrisico’s op een duurzame en geloofwaardige manier te beheren.

In hun jongste boek leggen Axel Smits en Isabel Verlinden samen met collega Pascal Janssens, een aantal van de facetten van deze substantie uiteen. Ze belichten het concept economische substantie in een internationale context vanuit verschillende hoeken: enerzijds is er de juridische structuur van multinationale ondernemingen (waar het belangrijk is te bepalen waar ze effectief fiscaal zijn gevestigd, of wie de werkelijk fiscaal begunstigde is), terwijl anderzijds het operationele model bepalend is voor het moduleren van het belastbaar resultaat via verrekenprijstechnieken (ook “transfer pricing” genoemd). Verder gaan de auteurs in op de belastingregels in 44 landen en hoe deze zich verhouden tegenover de OESO-wetgeving (Dubbelbelastingverdragen, verrekenprijsrichtlijnen) en de Europese wetgeving.

Te onthouden valt dat men vandaag nog steeds perfect gebruik kan maken van fiscale planningstechnieken om de belastingdruk te beperken, net zoals het in het huidige economische klimaat wellicht aangewezen is elke bedrijfsuitgave te beperken. Ondanks – de terechte- verscherpte aandacht en regelgeving rond abusievelijke inkomstenverschuivingen is het vanuit competitief oogpunt des te belangrijker de belastingkost te beperken op basis van een duurzame operationele structuur.

Aan de redacties

Het boek ‘Substance – Aligning international tax planning with today’s business realities’ van Axel Smits en Isabel Verlinden is te koop via www.pwc.com/substance.