Brussel, 15 mei
Het financiële landschap is wereldwijd grondig hertekend, aldus een nieuw PwC-rapport, "The Day after Tomorrow''. Daarin worden de nieuwe thema’s en modellen geanalyseerd die voortvloeien uit de aanhoudende kredietcrisis en de verwoede pogingen die financiële instellingen ondernemen om greep te krijgen op de nieuwe situatie.
De belangrijkste kenmerken van het nieuwe landschap zijn, nog altijd volgens de PwC-studie:
In zijn commentaar op de nieuwe wereldrangorde in de sector van de financiële diensten stelt Josy Steenwinckel, Assurance Partner en Financial Services Leader bij PwC, het volgende: “Dergelijke financiële hervormingen hebben we nog nooit meegemaakt. Met de evolutie van de financiële crisis is het duidelijk geworden dat het enige wat je kan verwachten, het onverwachte is. Bijgevolg voldoet de oude manier van werken in sommige gevallen niet meer en mogen we uitgaan van een complete ommezwaai binnen de sector. De onderlinge afhankelijkheid van de wereldmarkten in combinatie met de brede groep stakeholders (overheden, toezichthouders, management en aandeelhouders die belang hebben bij een terugkeer naar minder volatiele tijden) maakt het noodzakelijk actie te ondernemen om iets aan de onzekerheid te doen.”
De belangrijkste conclusies van PwC’s onderzoek
De verschuiving van de financiële macht van het Westen naar het Oosten raakt in een stroomversnelling. De kredietschaarste heeft de activazeepbel doen barsten; die berustte op de macro-economische wanverhoudingen in een wereldwijde economie met de Verenigde Staten als middelpunt. De nieuwe patronen van de wereldhandel én investeringen die uit deze fundamentele verschuiving voortvloeien, zullen danig verschillen van het oude model waarin de Verenigde Staten centraal stonden.
Nigel Vooght, lid van PwC’s Global Financial Services Leadership Team en verantwoordelijk voor alle dienstverlening van PwC binnen de financiële sector voor de zogenaamde ‘Central Cluster’ (Europa tot Zuid-Afrika + India), verklaart: “We gaan naar een multipolaire wereld waarin het best mogelijk is dat men de westerse financiële centra links gaat laten liggen. Een geslaagde globalisatie volgt steevast de klant; daarom zullen banken hun klanten volgen langs nieuwe handelsroutes. Naarmate het Oosten investeert in de bescherming van natuurlijke grondstoffen om die voor de eigen economieën te gebruiken, zullen banken deze investeringen volgen.’’
Een kleinschaliger, strakker gereguleerd banksysteem en een overwegend universeel bankmodel zullen de centrale thema’s worden van het nieuwe bankieren. Het oude banksysteem (van ‘shadow banking’, waarin niet banken, zijnde financiële instellingen, een voortdurend kritieker wordende rol spelen in het verstrekken van kredieten) zal grotendeels worden ontmanteld. Banken die voor hun liquiditeit zwaar op de kapitaalmarkten steunden en specialistisch te werk gingen veeleer dan zich universeel op te stellen, moeten nu herstructureren.
Robert Van der Eijk, Business Advisory Partner bij PwC : “In de toekomst zal dit nieuwe ‘nouveau classic’-bankmodel eenvoudiger, transparanter en minder risicovol zijn. De winsten zullen lager liggen, maar risicogecorrigeerde rendementen zullen niet zoveel dalen omdat het risicoprofiel van de activiteitenmix ook zal verbeteren. Banken zullen meer bij hun eigen core business blijven en meer aandacht besteden aan de due diligence die nodig is om de kredietkwaliteit te waarborgen.”
Overheden zullen naar verwacht intensiever tussenbeide komen in de werking van het financiële stelsel om de wereldwijde economieën te stimuleren. Dergelijke interventie is al volop zichtbaar in de VS en het VK, waar op door de staat ondersteunde banken druk wordt uitgeoefend op het vlak van gedwongen verkopen en beslagleggingen evenals kredieten aan KMO’s. Verwacht wordt dat nog meer conflicten zullen ontstaan wanneer overheden op aandringen van de maatschappij invloed gaan uitoefenen op het bestuur, de belasting, het winstdeelnemingsbeleid en de bezoldiging van en binnen banken. Na een dergelijke grootschalige reddingsoperatie verwacht de maatschappij dat de banken hun gedrag zullen aanpassen om het algemeen belang te weerspiegelen en niet noodzakelijk de belangen van de aandeelhouders.
Vooght voegt hier nog aan toe: “Overheden zullen een hele tijd een belangrijke rol op het gebied van financiële diensten spelen. Het is het 21e-eeuwse equivalent van de New Deal: de overheid zorgt voor de kapitaalinfrastructuur.”
De fundamentele zwakheden in het systeem van toezicht en controle zijn aan het licht gekomen. Het reguleringskader zal dan ook grondig worden herzien. Men erkent dat een louter nationale aanpak niet volstaat om de tekortkomingen op het vlak van reglementering en toezicht te verhelpen. De G20 heeft al een blauwdruk gemaakt van een actieplan, het “Action Plan for Regulatory Reform”. Hoewel het instellen van één college van toezichthouders veel belangenconflicten kan meebrengen, is het een aanpak die veel aandacht verdient. De on-shore-sector zal in meerdere opzichten aan meer regulering worden onderworpen. Algemeen beschouwd zal financiële stabiliteit de hoofdbekommernis zijn en elke potentiële verstoring daarvan zal op de een of andere manier worden gereguleerd. Dit zal gepaard gaan met een grotere invloed van de overheid op de strategie van door de staat ondersteunde banken.
Steenwinckel: “De idee van colleges van toezichthouders is niet nieuw, maar meer autoriteit geven aan de hoofdtoezichthouder zou dit systeem versterken. De idee van een college van toezichthouders moet minstens volledig worden uitgepluisd, met een sterke hoofdtoezichthouder die krachtens een mandaat de lokale toezichthouders kan aansturen.”
De westerse overheden, die heel wat fiscale druk zullen ondervinden aangezien de recessie en de dalende activaprijzen de inkomsten uit belastingen zullen doen teruglopen, zullen de fiscale gevolgen het meest voelen. Banken zullen op korte termijn ontlast worden, maar op lange termijn zullen de belastingen stijgen. Gezien het belang van financiële diensten in ontwikkelde economieën is het onvermijdelijk dat de overheid de sector zwaarder zal belasten. “De overheid zal de banken vertellen dat ze hen voor een ramp heeft behoed en dat ze daarvoor wil vergoed worden”, aldus nog Vooght.
Financiële instellingen zullen moeten weerstaan aan de verleiding volledig reactief te worden, waardoor ze hun langetermijnperspectief uit het oog zouden verliezen. Tegelijkertijd moeten ze zich aanpassen aan de realiteit om zaken te doen in een wereld waar de belangen van verschillende stakeholders – overheden en de maatschappij in het algemeen – belangrijker zijn geworden.
Van der Eijk: “Om te zorgen dat financiële instellingen weer goed gaan functioneren is een duurzaam businessmodel nodig. De meeste instellingen zijn nu bezig met overleven, terwijl de bestuurders ook belangrijke beslissingen moeten nemen over waar de bank over twee of drie jaar zou moeten staan. Ik vrees dat heel wat organisaties het probleem niet nu gaan aanpakken; en zo gaan ze zichzelf met een concurrentienadeel opzadelen voor de toekomst.”
Aan de redacties

Download the report ‘The Day After Tomorrow'.
Het kan ook verkregen worden op eenvoudige aanvraag: