Vandaag (18 juli 2007) neemt het Europees Hof van Justitie een beslissing in de zaak Société thermale d’Eugenie-les Bains versus het Franse Ministerie van Economie, Financiën en Industrie.
De essentie in de zaak is de vraag of de inhouding van een voorschot op een hotelverblijf bij annulatie van de reservering al dan niet onderworpen is aan btw. PwC wijst op het belang van deze zaak als precedent voor alle vormen van dienstverlening waarbij een voorschot geïnd wordt.
In 1992 werd het kuuroord Eugénie-les-Bains in de gelijknamige stad in Frankrijk doorgelicht door de belastinginspectie. Als resultaat daarvan werden bijkomende belastingen gevorderd. De belastingautoriteiten hadden immers geoordeeld dat voorschotten door klanten bij reservering van een verblijf in het kuuroord ook onderworpen zijn aan btw als de reservering nadien wordt afgezegd en het kuuroord de voorschotten inhoudt.
In de zaak gaat het hoofdzakelijk over de interpretatie van artikel 2 van de Richtlijn 2006/112/EC over een gemeenschappelijk btw stelsel. Dat bepaalt ondermeer dat diensten slechts aan btw onderworpen zijn als ze verricht worden tegen een tegenprestatie.
In de Franse wetgeving staat dat dergelijke voorschotten aangemerkt worden als een schadevergoeding en dus als compensatie dienen voor het door de hotelier geleden verlies. Volgens het kuuroord zijn ze dus niet onderworpen aan btw gezien er in ruil voor de inhouding geen diensten worden geleverd.
De advocaat-generaal weerlegt deze conclusie. Hij stelt dat in ruil voor het ontvangen voorschot, het kuuroord wel degelijk een dienst heeft verricht, met name een reserveringsdienst. Het kuuroord garandeert een hotelkamer op een overeengekomen datum en weerhoudt zich ervan om de kamer aan andere belangstellenden aan te bieden. Bovendien heeft de klant het recht om de reservatie uiteindelijk niet op te nemen. Bijgevolg is de btw volgens de advocaat-generaal wel degelijk verschuldigd. Het feit dat het interne Franse recht dergelijke vergoedingen aanmerkt als een schadevergoeding, doet hier geen afbreuk aan.
Pascal Vanzieleghem, Director Tax Consultants bij PwC, licht het belang van deze zaak toe: “De uiteindelijke beslissing van het Europees Hof van Justitie is niet alleen relevant voor hoteldiensten maar voor alle activiteiten waarbij de prestatie gepaard gaat met een reservatie waarbij een voorschot wordt gevraagd dat kan worden ingehouden wanneer de klant annuleert. Denken we maar aan een voorschot op reizen, de levering van computers, meubels, IT-diensten en zo meer. De advocaat-generaal vindt dat er een duidelijke rechtstreekse link is tussen de betaling van het voorschot en de reservatie. Eveneens stelt hij dat het zelfs niet zeker is of het hotel uiteindelijk wel schade lijdt. De kamer zou evengoed alsnog aan andere belangstellenden aangeboden kunnen worden. De btw is dus verschuldigd over de inhouding van het voorschot. De opinie van de advocaat-generaal is niet bindend. Indien het Hof dezelfde mening is toegedaan, doen ondernemingen er goed aan de huidige btw behandeling die zij toepassen op dergelijke inhoudingen, te herbekijken. Bovendien kan deze zaak ook een impact hebben op vergelijkbare kwesties zoals de (administratieve) lasten die worden aangerekend wanneer facturen te laat worden betaald.”
Aan de redacties:
PwC ( www.pwc.com ) levert sectorgerichte diensten op het vlak van audit, fiscaliteit en adviesverlening om het publieksvertrouwen te versterken en extra waarde voor cliënten en hun stakeholders te creëren. Meer dan 140.000 mensen in de 149 landen waarin ons netwerk is ontplooid, delen hun ideeën, ervaring en oplossingen om tot nieuwe gezichtspunten te komen en praktisch advies te geven.
'PwC' verwijst naar het netwerk van firma’s die deel uitmaken van PwC International Limited. Elke firma is een afzonderlijke en onafhankelijke juridische entiteit.