Europa's werknemers blijven in eigen land
Brussel, 11 december 2006 - De werknemersmobiliteit in Europa voldoet duidelijk niet aan de verwachtingen. Dat blijkt uit Managing Mobility Matters 2006 , een nieuw rapport van PwC.
De in 2000 uitgestippelde Lissabon-strategie stelt als doel de Europese Unie tegen 2010 te laten uitgroeien tot de meest dynamische en sterkst concurrentiële markt ter wereld. In deze wereld zouden werkgevers dankzij de toegenomen mobiliteit van werknemers, die over de nodige kwalificaties beschikken, de tekorten kunnen aanvullen tegen een competitieve kost. Maar met uitzondering van de Scandinavische landen, Ierland en het Verenigd Koninkrijk blijft de mobiliteit van werknemers teleurstellend beperkt.
Slechts één derde van de 445, in 14 landen bevraagde, werkgevers kreeg in 2006 sollicitaties uit andere EU-landen voor functies van senior management, professionals en geschoolde arbeiders, goed voor amper 5% van alle ontvangen sollicitaties.
De hindernissen die de mobiliteit afremmen, blijven aanzienlijk. Zo blijft de taal een obstakel. Verschillen in belastingstelsels, gezondheidszorg en voordelen (benefits), het gebrek aan een op EU-schaal geïntegreerde arbeidswetgeving en een gebrekkige grensoverschrijdende erkenning van beroepskwalificaties kunnen ook ontmoedigend werken. Daarnaast illustreert het rapport hoe problemen van een meer praktische aard minstens even belangrijk zijn: werk en een loopbaan voor de partner, beschikbaarheid van huisvesting en scholen, en het afgesneden zijn van familie en vrienden – zulke problemen ontmoedigen potentiële kandidaten om voor werk over de landsgrenzen heen te kijken.
Er is een acuut gebrek aan het delen van positieve ervaringen. Menig werknemer weet ook niet hoe hij informatie over werken in andere landen kan verkrijgen. Dit alles sterkt potentieel mobiele werknemers in de veronderstelling dat het uiterst lastig is om in een ander land aan een job te geraken en er te werken. Aan deze problematiek dient wat te worden gedaan op het niveau van de individuele EU-lidstaten en door werkgevers zelf, wil men de mobiliteit zien toenemen.
Het rapport, dat gedeeltelijk door de Europese Commissie gefinancieerd is, is het vervolg op een studie die PwC in 2001* heeft gepubliceerd. In die periode kende de EU-economie een sterke groei en waren bedrijven in de hele regio hoofdzakelijk bezorgd over de beschikbaarheid van werknemers om op nieuwe opportuniteiten te kunnen inspelen.
Ondertussen ziet de situatie er anders uit: de EU-economie groeit momenteel trager en een veel zwaardere concurrentiedruk weegt op de bedrijven. Gemiddeld 27% – tegenover slechts 4% in 2001 –van de bedrijven vermeldt personeelskosten als een factor die een grote impact heeft op hun bedrijvigheid op de Europese markt. Maar slechts gemiddeld 13% van de bedrijven richt zich momenteel tot mobiele werknemers om rekruteringsmoeilijkheden te verhelpen, vergeleken met een gemiddelde van 21% in 2001. Deze tendensen zouden wel eens implicaties kunnen hebben voor de fysieke mobiliteit van de bedrijven zelf, met gevolgen voor de keuze van de plaatsen waar ze bedrijfsactiviteiten gaan ontplooien.
Jan Goeman, HRS Partner PwC België:
“In 2001 verwachtten organisaties dat mensen zich meer en meer in beweging zouden zetten in de richting van landen waar een grote vraag naar hun vaardigheden is. Maar zolang de mobiliteitsgraad van werknemers niet hoog is, kunnen we ook verwachten dat sommige ondernemingen hun activiteiten gaan blijven verleggen naar waar de geschikte mensen aanwezig zijn; dat kunnen ze doen door te outsourcen en te delokaliseren.”
Twee van de redenen om buitenlandse werknemers in dienst te nemen zijn het internationaal ontplooien van activiteiten en het binnenhalen van de gepaste vaardigheden. Wie buitenlandse werknemers in dienst heeft, is doorgaans positief over hun prestaties. Veel bedrijven menen dat buitenlandse werknemers meer bereid zijn om zich aan de organisatie aan te passen en om harder te werken dan hun ‘binnenlands’ personeel. 33% haalt een verbeterde klantendienst aan als motivatie om buitenlandse werknemers tewerk te stellen; in 2001 bedroeg dat percentage slechts 21%.
Jan Goeman, HRS Partner PwC België:
“De grote vraag is of de ambities van de Lissabon-strategie overdreven optimistisch of onrealistisch zijn. In heel Europa zouden bedrijven gebaat zijn met een toegenomen werknemersmobiliteit, en dit onderzoek is bedoeld om de Commissie en werkgevers te helpen om een aantal obstakels weg te nemen.
Cruciale maatregelen op het niveau van de individuele EU-lidstaten dringen zich op. Zo zou men moeten zorgen voor vlot toegankelijke informatie over werken en wonen in een ander land, want dat schrikt mensen mogelijk af als zijnde een complex manoeuvre. Bedrijven die werknemers van over de landsgrenzen willen aantrekken, moeten voorzien in begeleiding van buitenlandse werknemers: die mensen zijn immers niet vertrouwd met de belastingstelsels en de sociale structuren van andere landen en hebben ook hulp nodig om de gepaste huisvesting en scholen te vinden.
“Een onvoldoende erkenning van beroepskwalificaties in andere landen en vrije dienstverlening waren in het verleden struikelblokken, maar die begint men nu te ruimen. Er is een vrije stroom van goederen, diensten en kapitaal in de hele EU. Als werknemers zich even vlot zouden bewegen, dan zouden de Europese bedrijven daar substantiële economische baat uit halen.”
Aan de redactie:
- * Managing Mobility Matters 2001 – A European Perspective werd door PwC in 2002 gepubliceerd.
- Voor een exemplaar van het volledige rapport 2006: isabelle.jacobs@pwc.be .
- Het rapport heeft de financiële steun van de Europese Commissie (EC) genoten als onderdeel van het initiatief Jaar voor de mobiliteit van werknemers 2006 . Op maandag 11 december start een door de EC gesponsord tweedaags event ter afsluiting in Rijsel/Lille.
- Voor het rapport werd in de deelnemende landen een survey uitgevoerd onder 445 HR-professionals. Gegevens voor afzonderlijke landen zijn beschikbaar.
- Over PwC
PwC ( www.pwc.com ) levert sectorgerichte diensten op het vlak van audit, fiscaliteit en adviesverlening om het publieksvertrouwen te versterken en extra waarde voor cliënten en hun stakeholders te creëren. Meer dan 140.000 mensen in de 149 landen waarin ons netwerk is ontplooid, delen hun ideeën, ervaring en oplossingen om tot nieuwe gezichtspunten te komen en praktisch advies te geven.
"PwC“ verwijst naar het netwerk van firma’s die deel uitmaken van PwC International Limited. Elke firma is een afzonderlijke en onafhankelijke juridische entiteit.